
TOP 250 COUNTDOWN
NR. 250 THE ROLLING STONES – SHE WAS HOT
Het is een koude zondag in New York, maar Mick Jagger heeft andere plannen dan de verwarming hoger zetten.
She Was Hot (afkomstig van het Rolling Stones-album Undercover uit 1983) draait volledig om het contrast tussen de ijzige kou van een Amerikaanse tournee en de verzengende hitte van een vurige ontmoeting. Het nummer is geschreven door Mick Jagger en Keith Richards en leest als een rauw, hedonistisch reisdagboek van een rockband ‘on the road’. Jagger beschrijft Amerikaanse steden die geteisterd worden door vrieskou, sneeuw en regen. Steden als New York, Detroit en Cleveland passeren de revue als kille, donkere plekken waar de bandleden verkleumen tussen soundchecks en hotelkamers. In plaats van een dikke trui of de radiator vindt Jagger warmte bij een femme fatale (de klassieke rock-‘n-roll-groupie). De hitte van lust en passie breekt letterlijk door de winterkou heen (“She was hot, what to do / She was hot, how ‘bout you?”).
Minstens zo bepalend voor de faam van het nummer was de videoclip, geregisseerd door Julien Temple. Anita Morris als sirene: De Amerikaanse actrice Anita Morris speelt een verleidster die zo onweerstaanbaar heet is dat mannen in haar bijzijn spontaan oververhit raken. De video zit vol slapstick en surrealistische beelden: thermometers exploderen, een typemachine vat vlam, ijsblokjes smelten instant en uit het lichaam van Jagger stijgt letterlijk stoom op. MTV vond de scènes waarin Morris verleidelijk beweegt en de seksuele suggesties zó expliciet dat de zender weigerde de clip uit te zenden totdat er een gekuiste versie werd aangeleverd.
Muzikaal gezien is She Was Hot een traditionele, ongepolijste boogie-rocker — een stijlbreuk met de experimentelere, door dance en new wave beïnvloede titeltrack Undercover of the Night. Het was een van de laatste klassieke rock-‘n-roll-tracks waarin de Stones teruggrijpen naar Chuck Berry-achtige gitaarriffs en het kenmerkende stuwende drumwerk van Charlie Watts, vlak voordat de spanningen tussen Mick Jagger en Keith Richards medio jaren 80 tot een kookpunt leidden.
NR. 249 WRINKE NECK MULES – WHEN THE WHEELS TOUCH DOWN
Bij de Wrinkle Neck Mules staat de galg al klaar voordat iemand weet wat hij misdaan heeft.
In “When the Wheels Touch Down” van de Amerikaanse alt-country/rootsrockband Wrinkle Neck Mules schetsen frontman Andy VanDyke en zijn band een grimmig, fatalistisch beeld van rechtvaardigheid, paranoia en de meedogenloze aard van het bestaan. De metafoor van de galg die al klaarstaat voordat de beschuldiging überhaupt is uitgesproken, raakt precies aan de thematische kern van het nummer.
Binnen de traditie van Southern Gothic en country noir draaien nummers van de Wrinkle Neck Mules vaak om personages die al verloren hebben voordat het spel goed en wel begonnen is.De personages leven onder een permanente dreiging van veroordeling — of dat nu door de dorpsgemeenschap, de wet, of simpelweg het lot is. Je hoeft niets misdaan te hebben om alvast aan de galg te hangen; de straf staat vast, de misdaad wordt er later wel bij verzonnen.
De titelzin “when the wheels touch down” suggereert het moment van landing of thuiskomst,maar in de context van de Mules is thuiskomen zelden geruststellend. De landing staat symbool voor de harde botsing met de werkelijkheid: het moment waarop de rekening wordt gepresenteerd en er geen ontsnappen meer aan is. De tekst ademt de sfeer van een klein, achterdochtig stadje waar reputatie je al vonnist voor je je mond opendoet. Het publieke oordeel is sneller dan de feiten, en de gemeenschap zoekt vaak slechts een zondebok om de strop om te leggen.
De Wrinkle Neck Mules combineren in dit nummer rauwe, schurende gitaren met een zekere laconieke moedeloosheid: je ziet het schavot al van verre staan, maar je kunt niet anders dan er recht op af rijden.
NR. 248 SWEET SMOKE – SILLY SALLY
Zestien minuten duurt het feestje van Sweet Smoke, en de drummer heeft besloten dat vijf minuten alleen van hem zijn.
Het album Just a Poke (1970) van de Amerikaanse jazz-rock-/psychband Sweet Smoke telt welgeteld twee nummers van ieder zo’n zestien minuten: kant A is Baby Night en kant B is Silly Sally. Die “vijf minuten voor de drummer” zijn het werk van Jay Dorfman, en ze vormen een van de meest beruchte en iconische drumsolo’s uit het psychedelische tijdperk.
Na een swingende, funky jazzrock-jam met scheurende saxofoon en groove breekt rond de 6e minuut alles plotseling af. De rest van de band stapt figuurlijk even naar de bar, en Jay Dorfman blijft moederziel alleen achter achter zijn kit. De solo is niet zomaar een demonstratie van uithoudingsvermogen; hij werd opgenomen en gemixt door de legendarische Duitse producer Conny Plank (bekend van Kraftwerk, Neu!, Cluster). Plank haalde de drums door extreme stereo-panning, phasing en flanging. Als je dit met een koptelefoon beluistert, vliegen de toms en bekkens letterlijk van je linkeroor naar je rechteroor.
Sweet Smoke leefde destijds als commune in Duitsland en trok rond in een VW-bus. Op Just a Poke gold geen radiolengte of commerciële censuur: als de drummer vijf minuten lang wilde grooven en trippen met fasetrucjes, dan kreeg hij die ruimte gewoon op vinyl. Pas rond minuut 10 à 11 keren de bas en gitaren langzaam weer terug om de jam in volle glorie naar de finale te trekken. Voor de een is het het ultieme koptelefoon-tripmoment van de vroege jamrock; voor de ander het ultieme bewijs dat drummers in 1970 net iets te veel vrijheid kregen.
NR. 247 COLD CHISEL – THE LAST WAVE OF SUMMER
Jimmy Barnes zingt over de laatste perfecte zomerdag alsof hij hem nu al mist.
The Last Wave of Summer (het titelnummer van Cold Chisels comebackalbum uit 1998, geschreven door Don Walker) draait om de paradox van anticiperende rouw om een moment dat nog bezig is. Barnes zingt niet met de nostalgie van iemand die achteraf terugblikt, maar met de haastige wanhoop van iemand die weet dat de zon zakt en er niets aan kan doen.
Barnes staat bekend om zijn rauwe, dynamische bereik, maar juist op dit nummer houdt hij lange tijd in. De hoorbare ademteugen en het ingehouden hese timbre werken als een zandloper; elke uithaal klinkt alsof hij zuurstof tekort komt om het moment vast te houden voordat het onvermijdelijke omslagpunt naar zijn kenmerkende rauwe schreeuw volgt.
Don Walker gebruikt de Australische kust in dit nummer niet als idyllisch ansichtkaartdecor, maar als metafoor voor eindigheid. De branding, de hitte die uit het asfalt trekt en het naderende einde van het seizoen staan symbool voor het verstrijken van jeugd, relaties en kameraadschap. De “last wave” is zowel een letterlijke golf als een afscheidsgebaar.
In 1998 kwam Cold Chisel voor het eerst in veertien jaar weer bij elkaar in de studio. De leden waren geen jonge honden meer die door pubs raasden, maar doorleefde veertigers met littekens, verslavingen en verlies achter de rug. Dat besef — dat het vuur van vroeger niet eeuwig opnieuw kan worden aangestoken — sijpelt door in elke noot van de opname. Het nummer vangt daarmee niet de vreugde van een zonnige middag, maar de kille schaduw die over het strand valt zodra je beseft dat de zomer voorbij is.
NR. 246 SLY & THE FAMILY STONE – ST. JAMES INFIRMARY
De geliefde is dood, maar de trompet van Cynthia Robinson is springlevend.
St. James Infirmary Blues is van oorsprong een eeuwenoude Amerikaanse folk- en bluesstandaard. Het verhaal volgt een verteller die het mortuarium van het St. James Hospital binnenloopt en zijn geliefde koud en dood op een witte tafel ziet liggen. Waar traditionele versies (zoals die van Louis Armstrong of Cab Calloway) doordrenkt zijn van statige rouw, slepende mineurakkoorden en funeral-jazz, gooit Sly Stone de structuur open: de pijn wordt niet weggedrukt in stilte, maar getransformeerd in rauwe, opzwepende funk-rock.
St. James Infirmary Blues is van oorsprong een eeuwenoude Amerikaanse folk- en bluesstandaard. Het verhaal volgt een verteller die het mortuarium van het St. James Hospital binnenloopt en zijn geliefde koud en dood op een witte tafel ziet liggen. Waar traditionele versies (zoals die van Louis Armstrong of Cab Calloway) doordrenkt zijn van statige rouw, slepende mineurakkoorden en funeral-jazz, gooit Sly Stone de structuur open: de pijn wordt niet weggedrukt in stilte, maar getransformeerd in rauwe, opzwepende funk-rock.
Cynthia Robinson was het vocale en koperen geweten van de band. Binnen Sly & The Family Stone fungeerde haar trompet zelden als traditionele achtergrondbegeleiding; haar stijl bestond uit felle, schelle uithalen, ritmische stoten en onverschrokken melodische riffs. Terwijl de tekst over verlies, kisten en dragers gaat, snijden de trompetlijnen van Robinson fel en helder door het arrangement. De klank weigert somber te buigen; het is een protest van energie en adem tegen de kille dood. Haar spel stuwt de ritmesectie voort. Het contrast tussen het macabere onderwerp van de tekst en haar vitale, bijna rebelse trompetgeschal zorgt voor de typerende spanning van de band: tragedie ontmoet extase.
Het verhaal op papier bezingt het definitieve einde, maar Robinson blaast er met volle longkracht pure, ongetemde levenslust doorheen.
NR. 245 PINK FLOYD – SHINE ON YOU CRAZY DIAMOND, PTS 1-5
Syd Barrett kwam de studio binnen terwijl Pink Floyd een nummer over hem maakte; niemand van zijn oude vrienden herkende hem.
Op 5 juni 1975 voltrok zich in de Abbey Road Studios in Londen een van de meest bizarre en tragische toevalligheden uit de rockgeschiedenis. Pink Floyd was op dat moment bezig met de afronding van het album Wish You Were Here, specifiek met het mixen van de zangpartijen voor “Shine On You Crazy Diamond” — een muzikaal eerbetoon aan hun voormalige frontman en creatieve brein, Syd Barrett. Terwijl Roger Waters, David Gilmour, Richard Wright en Nick Mason in de controlekamer zaten, liep er een gezette man binnen met een kaalgeschoren hoofd, afgeschoren wenkbrauwen, een witte regenjas en een plastic tasje in zijn hand. Hij liep doelloos rond en poetste op een gegeven moment zelfs zijn tanden in de studio. De bandleden dachten aanvankelijk dat het ging om een technicus van EMI, een vriend van de roadies of een vreemde buitenstaander. Pas na geruime tijd — volgens sommigen wel drie kwartier — drong het besef door: de man in kwestie was Syd Barrett zelf.
De transformatie was schokkend. De Syd die zij in 1968 wegens zware psychische problemen en overmatig drugsgebruik uit de band hadden moeten zetten, was een charismatische, slanke rockster met een volle bos donkere krullen. De man die nu voor hen stond, was onherkenbaar veranderd. Toen het kwartje viel, barstte Roger Waters in tranen uit. Ook Richard Wright en de anderen waren diep aangedaan door de fysieke en mentale achteruitgang van hun oude jeugdvriend. De situatie werd nog surrealistischer door wat er op dat moment uit de monitorspeakers klonk. De band legde juist de laatste hand aan teksten als: “Remember when you were young, you shone like the sun.” en “Now there’s a look in your eyes, like black holes in the sky.” Toen David Gilmour hem vroeg wat hij van “Shine On You Crazy Diamond” vond, antwoordde Barrett nuchter en wat verward: “Sounds a bit old” (het klinkt wat ouderwets). Hij bood zelfs aan om gitaarpartijen in te spelen, waarbij hij opmerkte dat hij klaar was om weer mee te doen. Diezelfde middag vierde Gilmour zijn bruiloft met Ginger Hasenbein in de kantine van Abbey Road. Syd schoof kort aan,at wat eten en verdween vervolgens geruisloos zonder gedag te zeggen. Het was de laatste keer dat de bandleden van Pink Floyd hem gezamenlijk zouden zien tot aan zijn overlijden in 2006.
NR. 244 PETER WOLF – ROLLING ON
Peter Wolf is zeventig en weigert in de verleden tijd te zingen.
Peter Wolf, de voormalige frontman van The J. Geils Band, werd in 2016 zeventig en bracht A Cure for Loneliness uit. Veel van zijn generatiegenoten kozen voor veilige herhaling, afscheidstournees of akoestische terugblikken vol weemoed.Wolf weigerde echter om zijn carrière of identiteit in de verleden tijd te plaatsen. In interviews rond die tijd benadrukte hij dat hij muziek niet maakt om terug te kijken naar de hoogtijdagen van de jaren 70 en 80, maar omdat de drang om te creëren, te performen en verbinding te zoeken onverminderd groot is. Het nummer Rolling On fungeert op dat album als het thematische manifest van die houding.
De titel en het refrein zeggen het letterlijk: blijven doorgaan (rolling on). De tekst gaat over vallen, verliezen, ouder worden en tegenslag incasseren, maar de beweging stopt nooit. Stilstand staat gelijk aan overgave. Het nummer leunt op rauwe, tijdloze rootsrock, rhythm-and-blues en country-soul. Wolf zingt met het raspende vuur en de energie van een jonge clubmuzikant, niet als een gepensioneerde rocker die terugblikt op ‘hoe mooi het vroeger was’.
Hoewel het album thema’s als eenzaamheid, sterfelijkheid en ziekte aansnijdt (Wolf onderging eerder een zware hartoperatie), kiest Rolling On resoluut voor vitaliteit. Het erkent de littekens uit het verleden, maar de werkwoordsvorm van het leven blijft de tegenwoordige tijd: je leeft en zingt nú. Rolling On is daarmee Wolfs statement dat rock-‘n-roll geen leeftijdskwestie is, maar een houding: zolang je ademt, rol je door.
NR. 243 AIRBAG – COLOURS
Hij kan nauwelijks nog ademhalen, maar krijgt haar niet uitgelegd wat er in zijn hoofd omgaat.
In “Colours” van de Noorse progressieve rockband Airbag staat emotionele vervreemding, innerlijke verlamming en het onvermogen tot communiceren centraal. Het nummer, afkomstig van hun debuutalbum Identity (2009), schetst het beeld van iemand die mentaal volledig vastloopt terwijl de buitenwereld — en met name een geliefde — toekijkt zonder echt door te dringen.
De titel verwijst naar het geleidelijk verdwijnen van levenslust en helderheid. Kleuren vervagen naar grijs (“colours fade to grey”), een klassieke weergave van een depressieve episode of emotionele afstomping. De tekst legt de nadruk op het fysieke gevoel van verstikking (“hardly breathe”). Deze fysieke reactie staat in schril contrast met het onvermogen om woorden te vinden; de protagonist zit gevangen in zijn eigen hoofd en kan niet onder woorden brengen wat er misgaat. Hoewel er een partner of naaste aanwezig is aan wie hij zich wil toevertrouwen,ontstaat er een onoverbrugbare kloof. De poging om uit te leggen wat er vanbinnen gebeurt, strandt in onmacht en schaamte, waardoor de ander op afstand blijft en de isolatie compleet wordt. Airbag versterkt dit thema nadrukkelijk via de muziek. De sfeer begint minimalistisch en breekbaar, gedragen door melancholische keyboards en akoestische gitaarlijnen, en bouwt geleidelijk op naar een gelaagde, emotioneel geladen gitaarsolo (sterk beïnvloed door David Gilmour / Pink Floyd). Die solo fungeert als het ware als de ontlading van de emoties die tekstueel juist niet uitgesproken kunnen worden. Het nummer vangt daarmee precies het contrast tussen intense innerlijke chaos en de stilte naar buiten toe: de pijn van iemand die letterlijk naar adem hapt, maar wiens stem weigert dienst te doen.